voor altijd toch?



‘Voor altijd toch’, zucht je vertwijfeld
met je hoofd, je moede hoofd, in je handen.
Af en toe, zo op je ronde
Klop je met betraande ogen bij mij aan.
Bezoek je me voorbij de poorten van ons koninkrijk
In mijn huisje met de piepende deuren,
Ga je zitten op mijn wankele stoelen
Nadat je het stof van de zitting klopte.
En kijk je me vragend aan.

Dan zeg ik niets. Spoel ik de oude theepot om, zet ik thee en zing ik wat.
Ik heb geen antwoorden, er is geen rede.
Strijk met mijn hand je natte sproeten,
En houd je hand dan even vast.

En als ik dan weer neig te verdwijnen
In het warme, je arme, het samen. Terug wil verglijden naar het ons
Dan knik ik je toe en neem jij zwijgend je jas van het haakje.
Sleep je het lood in je schoenen terug uit de deur.

Als dit het leven is, dan is het een rare.
Zo zoekend tussen samen en alleen.
Van vallend naar weer op de been.
Eerst jij dan ik en amper samen.

Wat wordt de ruimte beperkt,
Zo kernachtig
Zo klein
Wanneer je vooral alles rondom je stormt,
Je hand er bijna afgeblazen wordt wanneer je uitreikt
en je het best diep in jezelf kan zijn.


0 reacties:

Een reactie plaatsen

 
woord en beeld behoren caroline marike. ongevraagde verspreiding wordt niet op prijs gesteld. Mogelijk gemaakt door Blogger.

Email bij nieuwe post?

Twitter Updates

Meet The Author