Juna

Juna verscheen in 2004 voor het eerst en hield het vol tot eind 2009. Ze schreef zo'n 600 stukjes en becommentariseerde in het reactievlak nog zo'n 1200 keer meer. Hieronder een selectie uit deze tijd. Weggooien zou toch een beetje zonde zijn...

..............................................................................................

Wat het was

Het zou intens gepassioneerd zijn en van korte duur. Zo zeiden we elkaar.

Zo zeiden we elkaar al, lang voordat er werkelijk iets kon zijn. Toen we elkaar zagen in de regelmaat van vriendschap en de gepaste afstand van samen eten, studeren, lachen en praten. Een vluchtige kus. Ter begroeting. Een gereserveerde omhelzing bij ons afscheid. En af en toe, als wij zo spraken op vriendschappelijke toon over het wel en wee binnen studie, vriendschap, de wereld, dan was daar soms, een heel enkele keer, die blik.

Als zij keek, zoals ze dan deed wilde ik niet anders dan dat ze voor eeuwig zo naar me zou kijken. Wilde ik ter plekke sterven om ervoor te zorgen dat ze haar ogen nooit meer zou afwenden. Dat niets zou veranderen en alles zou blijven zoals het was op dat moment.

Maar ik stierf nooit, het ging altijd voorbij en dan was er altijd weer dat moment dat ik opstond en ging. Haar liet in haar leven en terugkeerde naar het mijne. Met de warme voldane teleurstelling van onbereikbaarheid en verlangen in de diepte van mijn buik. Klaar om terug te keren zogauw zij het wilde.

Vanavond was het er weer. Zo schreef ik dan in mijn boek. Haar blik– ik voel haar – voel haar bij mij. Dat bijzondere, dat echte gevoel. Waarbij woorden niet langer van betekenis zijn, vluchtig zijn en enkel in staat de stilte te vullen. Omdat de lucht trilt en mijn handen ook. Omdat mijn hoofd gonst en woorden uit mijn mond vloeien en ik niet langer weet of ik raaskal of de lijn van het gesprek nog verwoord. Omdat er ondertussen maar een omlijnde gedachte is die zindert door mijn lijf en mijn hart. Ik wil bij haar zijn. Nu. Vannacht.

Dat we dan zouden vrijen kwam eigenlijk niet in mij op. Mijn verlangen bij haar te zijn was groot en al wat logischerwijs daarop zou volgen had geen ruimte. We zouden samen slapen. Roerloos stil zouden we zijn. En dat zou voor altijd duren.

Toen het dan werkelijk gebeurde sleurde het me mee in een golf van behoefte en verlangen.

De dijk brak door. Haar vriendin verliet haar. Ik troostte, ik zoende, ik vrijde met haar. En we sliepen samen. Die eerste nacht, roerloos, hand in hand. Er leek geen eind aan te komen.

En het voelde zoals niets ooit gevoeld had. Het voelde als thuiskomen in mijn geboorteland, het voelde als bestemming. En het voelde als pijn. Want ik wist dat wat ze me ook gaf, het zou nooit genoeg zijn. Ze raakte de leegte en ze wilde me vullen maar ik wist; er zou geen bodem zijn. Er waren geen gedachten meer, geen grond. Ik zwom rond in het warme water van behoefte en trok haar met me mee. Ze zou bij me zijn, ze zou blijven en dat deed ze, want dat zei ze en ze had nooit iemand ontmoet als ik. Ik wist van liefde, van verbinding, van echtheid en ik zei ja en voelde nee want had werkelijk geen flauw idee.
............................................................................................

In het Coenhuis

Ze zit aan tafel. De grote tafel in het Coenhuis.
Stil. Haar benen opgetrokken op de stoel.
Hoofd rustend op haar knieën. Zwijgend.

Ze zit aan tafel. De grote tafel in het Coenhuis.
Stil. Haar benen opgetrokken op de stoel.
Hoofd rustend op haar knieën. Zwijgend.

Luisterend naar de dagelijkse geluiden van het huis,
na het ontbijt. Laden die opengaan, en weer dicht.
Gerinkel van bestek, het stromen van het water uit de kraan.

Ze kijkt naar Ann. Bewegend te midden van deze geluiden.
Vastberaden. Duidelijk. Vriendelijk. Vanzelfsprekend.



Ze hadden veel gesproken, de afgelopen 3 dagen, zij en Ann.
Er was veel gezegd. Gevoelens en kwetsingen die zich weken opgestapeld hadden,

kregen stem. Kwamen onbesuisd op de keukentafel te liggen waaraan
ze beiden gezeten hadden. Met opgetrokken knieeen.
Zoekend naar bescherming, terwijl risico genomen werd.

Ann had naar haar gekeken. In stilte geluisterd.
De eerste paar woorden had ze in gereserveerdheid geuit.
Voorzichtig. Bang verkeerde woorden te zeggen, te kwetsen.
Bang de denkfout van veiligheid te maken.
Acceptatie te voelen terwijl aanpassing geboden was.

Maar Ann had daar gezeten. Alsof ze zou blijven zitten,
ongeacht wat Juna zou zeggen. En op de schaarse momenten
dat Juna in haar vertellen haar ogen van de vloer afnam en op Ann richtte,
had ze gezien dat Ann's luisteren werkelijk was. Haar ogen warm waren.

Ontroering rond haar mond speelde.
Toen had ze gehuild. Een klein meisje aan een grote tafel.
Haar handen waren nat geworden en haar gezicht zacht.
En met dat breken leek er plaats te komen voor iets nieuws.
Iets onbekends. Iets ouds.

En Ann had daar gezeten. In veilige afstand.
Had haar niet in haar armen genomen om het weg te maken.
Had niet geschreeuwd om het af te breken.
Het had er mogen zijn. Omdat het er was.

En nu. Zit ze in het vroege ochtenlicht aan diezelfde donkere tafel uit de nacht.Kijkt ze naar Ann die de onbijtboel wegruimt en bemerkt ze iets nieuws.

Een rustig nieuws. Een hoopvol nieuws.
De geur van gewassen katoen. De geur van de grond na een verlangde zomerbui.

Een golf had oude pijn meegenomen en naar buiten gespuwd. Daar was het opgevangen, en verzorgd. Ze voelde zich een stukje schoner. Rustiger. Ze voelde zichzelf een stukje meer.

Maar ze zou niet juichen. Of jubelen.
Of dit nieuws met uitingen van volwassen liefde trachten te bezegelen en bestendigen. Ze zou heel hard werken dat niet te doen.
Want het zou er van schrikken, net als zij. Dat wist ze.
Dit nieuwe gevoel van liefdevol was klein, net als zij klein was in liefde.
Ze waren gekwest en beschadigd. En alert.

ze zouden schrikken van groot en veel en dan zou het zijn bekende weg weer vinden in een doolhof van oude gangen.Alwaar het zou worden tot iets ouds, iets muffigs en iets vasts.
Het zou verdwijnen in het verstolde bloed van pijn.

Maar nu was het wit. En luchtig. En had het iets vrij's
Ze zou dit kostbare nieuws koesteren onder haar hart.
En ze wist dat als ze genoeg nieuws zou dragen daar, dat de poort dan open zou gaan. Dat het dan eindelijk zou kunnen stromen. Helder, warm en naar buiten. Dat het dan ontvangen zou kunnen worden. In wederkerigheid.
En dat het dan eindelijk goed zou zijn.


 
woord en beeld behoren caroline marike. ongevraagde verspreiding wordt niet op prijs gesteld. Mogelijk gemaakt door Blogger.

Email bij nieuwe post?

Twitter Updates

Meet The Author