Voor de derde, vierde, zevende keer vandaag




En zo loopt ze haar rondje rondom het huis.
Voor de derde, vierde, zevende keer vandaag.
Ze telt ze niet, die omzwervingen,
Vervelen deed het immers ook al de eerste keer.

Bekijkt de knoppen in de bomen,
Het jaar dat de lente te laat is
Stampt met haar laarzen in de aarde
En heeft medelijden met alles dat niet overleeft.

Als ze dan de kozijnen bevoelt, het hout onderzoekt,
Staat ze stil bij die bekende rotte plek en zucht, zo schuin naast het raam
Want dat is het moment waar ze het spel voor speelt,
Het moment voor de blik naar binnen.

Soms.
Stelt ze het uit, weifelend.
Onzeker vanonder haar wimpers, om het wonder wat meer tijd te geven.
Soms blikt ze brutaal, ineens, rechtstreeks, met de bedoeling te betrappen
Dwars door het besmeurde oude glas.

Dan hoopt ze op het onverwachte. De verrassing. De thuiskomst.
Waardoor haar hart een sprongetje zal maken
En zij zich zal warmen binnen. Eindelijk.
Aan de verhalen die ze zal vertellen en zal horen,
aan de liefde en de wijn. En eindelijk weer thuis zal zijn.

Er is niemand binnen, want zij is buiten en met meer is ze niet.
Geen beweging, geen schaduw, geen leven.

Ze schopt het steentje nog maar een stukje verder,
Slaat haar doek wat dichter om haar koude lijf,
En kijkt naar boven, voorbij de wolken, voorbij de lucht
En stuurt de onuitgesproken woorden.

Voor de derde, vierde, zevende keer die dag,
Duwt ze de krakende deur naar binnen
Laat ze het water koken om met haar kopje thee voor de kachel
Nog maar een beetje bij haarzelf te zijn.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

 
woord en beeld behoren caroline marike. ongevraagde verspreiding wordt niet op prijs gesteld. Mogelijk gemaakt door Blogger.

Email bij nieuwe post?

Twitter Updates

Meet The Author