Breuklijnen

Ik heb heel lang in de rij moeten staan, het was er koud en het leek wel een heel leven, maar ik heb me goed aangekleed - jas, sjaal, muts, handschoenen -   en eindelijk ben ik binnen. Met ontzag kijk ik op naar de grote draaimolens waarin mensen gillen en zwieren, zich laten raken door de beweging. Ik moet ver opkijken. Hoe oud ben ik hier? 6? 9? 16?  Er is muziek, er zijn tenten, en overal ruikt het naar warm eten en zoetigheid.

De spanning trekt aan, maar ik ben bang dat het mijn einde zal zijn wanneer ik me eraan overgeef. Wanneer ik mee zou doen. Ik weet immers niet zeker of ik hier wel echt hoor. Is dit wel mijn leven? Ik denk dat wanneer je per ongeluk ergens bent dat niet jouw leven is, je dan ook niet blijft leven wanneer je er zomaar in mee doet. Daarbij; ik moet opletten, ik moet voor me en achter me kijken want ze kunnen me opeens naar mijn kaartje vragen.  … en dat heb ik niet gekregen, daarnet, bij de poort

Ik ben hier alleen en dat vind ik niet zo erg. Ik zou het maar moeilijk vinden als er iemand naast me zou zijn die andere dingen zou ervaren dan ik. Ik zou alleen wel heel graag willen dat iedereen hier zijn masker eens af zou zetten. Dan zouden we gewoon met zijn allen kunnen zijn, in het plezier, in het spel, in het echt. Dan zou iedereen precies kunnen doen wat hij zou willen en dan zou dat goed zijn. Omdat we dan allemaal verbonden zouden zijn. Dan zou ik praten, en een beetje lachen, jouw hand vasthouden en me warm voelen, van binnen. Dan zou je popcorn voor me kopen en dan zou ik voor jou beestjes schieten met een echt geweer.

Iemand kijkt me aan. Door zijn masker zie ik zijn ogen en ik herken ze. Hij hoort in dit leven en speelt mee. Bijna ga ik met hem mee de duizelingwekkende hoogte in. Of is het de diepte? Net op tijd kan ik me van hem losrukken. Nee. Zeg ik. Ik wil bij mijzelf blijven.

Daarbij. Ik zoek niet hem, ik zoek jou. Ik dacht dat ik je gevonden had, maar toen ik mijn masker afzette zag ik je opeens met andere ogen. Toen was je gewoon net als alle anderen. Gewoon jezelf. Met deze andere ogen zoek ik verder. Maar zeker weten of ik echt zie, weet ik niet. Misschien kijk ik wel weer door een masker. Hoe weet je zeker waar je echte huid begint? Of ophoudt?

Ik denk dat je ergens achterin bent. Achterin, aan de rand, waar het donker is en waar de woonwagens staan. Ik denk dat je nu iemands hand vasthoudt. Om hem te lezen, maar dat kun je eigenlijk niet. Eigenlijk lees je momenten maar dat wil niemand geloven. Daarom staat er bord bij je deur. ‘Handlezeres uw toekomst in de lijnen’.

Met een hand in jouw hand en ogen verwachtingsvol op jou gericht buig je je hoofd en lees je het moment. Vertel je waar die ander is. En waar het pad naar toe zal buigen. Laat je de moeilijke dingen weg. Soms. Ieder heeft vertrouwen nodig, anders loopt niemand verder en je wilt niet iedere dag de zelfde handen voelen. En soms noem je ze wel. Want sommigen van ons willen de waarheid. En jij hebt een manier om hard zacht te laten klinken.

En terwijl momenten van anderen aan je voorbij gaan, hun hoofden buigen doorheen je kleine deur en ze verdwijnen, wacht jij. Op de tinteling die je zult voelen. Je wacht in de berusting van zeker weten. Op het moment dat je in het moment van de ander opeens je eigen weg zult lezen. Je wacht op het voelen van de tinteling van mijn hand in de jouwe. Dan zul je mijn masker afnemen. Opdat ik kan zien.

Honderden handen gleden al door je vingers.
En duizenden zullen dat nog doen

want telkens.
Als ik me naar de donkere rand van deze wereld begeef.
Verstomd opeens het geluid. Sterft het gillen weg.
Wordt het zwart en is er niets meer. Geen kermis.
Geen woonwagens. Jij bent er niet.

Breekt de lijn. Zoals die brak. Toen. Ooit. Lang geleden.

2 reacties:

 
woord en beeld behoren caroline marike. ongevraagde verspreiding wordt niet op prijs gesteld. Mogelijk gemaakt door Blogger.

Email bij nieuwe post?

Twitter Updates

Meet The Author