ik heb geen huis ik heb geen baas


Daarnet liep er een snoezig wit hondje onder het rechtervoorwiel van een voorbijrazende auto. Ik zat op mijn fiets en sloeg mijn hand voor mijn ogen. De automobiliste en sloeg achter het stuur ook haar hand voor haar ogen. Het hondje kwam er met de schrik vanaf. Tenminste.. het rende van slag terug naar de stoep. Aldaar was het de weg kwijt. Ik riep het, en het rende naar me toe. Er zat een tuigje om zijn rug, maar geen riempje.

Vervolgens liepen we samen een uur door de straten van Ondiep. Bij ieder huis snuffelde het hondje aan de voordeur en terwijl het dat deed zei ik het versje op dat ik als kind leerde. Een keer of 58.

Ik heb geen huis.
Ik heb geen baas.
Ik loop maar door de straat.
Ik eet maar uit de vuilnisbak, en iedereen is kwaad.

Ze jagen me,
ze plagen me,
wat heb ik toch misdaan?
Wie wil er nou mijn baasje zijn?
Wie kijkt me vriendelijk aan?

Ondertussen keek ik heel vriendelijk naar het hondje en stelde in gedachten een limiet. Als we over een half uur niemand vinden, dan neem ik 'em mee. In mijn fietstas. Ik had al gekeken of het passen zou. Ik had gezien dat het zou passen.

Daar lopen we dus. Op zoek naar een huis. Af en toe kijken we naar elkaar. En 't is raar, natuurlijk, want ik hoef niet mijn voordeur te zoeken en al helemaal niet te snuffelen - ik weet waar mijn huis is - maar toch... íets herkenbaars is er wel. 'k Heb natuurlijk dat versje ook niet voor niets onthouden.

0 reacties:

Een reactie posten

 
woord en beeld behoren caroline marike. ongevraagde verspreiding wordt niet op prijs gesteld. Mogelijk gemaakt door Blogger.

Email bij nieuwe post?

Twitter Updates

Meet The Author