De lampen hangen, het schilderij.
Er ligt een kleed op de kale houten vloer.
Kocht er direct ook een kussen bij,
En wat nieuw serviesgoed. Dit is mijn huis.Woon ik
Maar wanneer mijn bovenbuurmeisje uit d’r bed stapt.
Of erin. Of wanneer haar vriendje op bezoek is.
Ik hoor alles. De planken kraken ook om 4 uur ’s nachts.
Om over de jongens die met haar wonen maar te zwijgen.
Links naast me huist een Poolse familie.
Tenminste, ik neem aan dat het een familie is,
Ze zijn met veel. Ze drinken wodka en maken lawaai.
Een boel. Tot laat.
Mijn linkerbuurmeisje. Ze speelt poker. Niet als ik, op internet,
Maar op heuze pokeravonden, ze komen dan allen verkleed.
Zitten aan haar keukentafel en spelen.
Schelden. Lachen en klinken de glazen.
Tegen de muur. Waarachter mijn hoofd slaapt. Soms.
En rechts, rechts wonen twee stellen. Met kinderen. Boven elkaar.
Gister kapten de mannen een boom. Luidkeels oergeroep.
Ze hebben goeie banen, deze mannen, buiten het weekend.
Ze kapten de boom en dronken bier en toen kwamen de vrouwen thuis.
Tot laat in de nacht klonk de discussie. 2 echtelijke ruzies in het diagonaal.
Over de boom die niet gekapt had mogen worden.
Ik ben het met ze eens. Helemaal. Vanuit mijn piepklein patio’tje staat mijn stoel.
Er staat ook nog een andere stoel, maar die staat opgeklapt want daarvoor is geen ruimte, eigenlijk.
En vanuit mijn stoel kijk ik omhoog. Doorheen het vierkante van 2 bij 2 ins blauwen hinaus.
Zie ik de lucht, de wolken. Ben ik een beetje buiten. Buiten, bij de boom. Die ik zag.
In mijn stukje lucht. Ik ben het eens met de vrouwen die om het hardst roepen over hun ruggen waarachter van alles gebeurt. Zoals het kappen van een boom die daar leeft, die niet zonder vergunning verwijdert mag worden, die daar al eeuwen staat. Nee, schudden de mannen. ’26 jaar liefje, we hebben de jaarringen geteld.’ Ik luister, vanachter mijn muur, naar de stemmen. Gezichten heb ik er niet bij, ik weet niet welke buurman bij welke vrouw hoort. Er is geen contact. Vanachter mijn muur ruzie ik mee.
Het is druk, op dit kleine stukje Ondiep. Het beweegt. Er zijn verbindingen en vetes. Er zijn klachten. Er is geschreeuw, er is een wijkagent ‘die al ingezet is’. Want er is De Overkant. De Overkant, waar de sociale huur begint. Een groot grasveld met speeltoestel scheidt hier de ene wereld van de andere. Het grasveld behoort tot het domein van De Overkant. Ze spelen er voetbal, schelden er hun kinderen uit, gooien er met bierflesjes en stoken er vuurtjes. ‘Ik kan Max daar niet naartoe nemen’, zegt de buurvrouw stellig doch teleurgesteld. ‘Het eerste dat ze naar me roepen is hoer of kankerwijf,’ Waarop de andere buurvrouw vertelt: ’s Avonds, als wij in de kamer zitten hoor ik ze roepen en schelden doorheen de babyfoon van Lotte. Haar raam is enkelglas en ze ligt er middenin, maar slaapt gelukkig altijd door.’
Het is druk, daar waar ik nu woon. Alles leeft en er leeft van alles. Het is minder veilig, het is wennen. Ik mis het anonieme boven-wonen in de YuppenWijk. Het dakterras op het zuiden waar je enkel de vogeltjes hoorde. De gemoedelijke sfeer van Lombok.
In al het rumour maakte ik een klein altaartje. Boedha is van steen. Die trekt zich weinig aan van het wodka geschal. En foto’s zijn stil. Zo stil als het stukje rust tussen alles in.
Dat is wel heel veel lawaai om je heen. Toch veel geluk in je nieuwe huis.
BeantwoordenVerwijderenGrappig van dat poker, misschien hebben we wel eens tegen elkaar gespeeld ;-)
Nova
Da's zeker grappig van dat Poker, Nova. Ben jij ook op PKR te vinden?
BeantwoordenVerwijderenNee, maar ik heb even gekeken en het ziet er wel heel leuk uit allemaal. Misschien probeer ik het wel eens.
BeantwoordenVerwijderenNova
Ik geloof dat ik, naief en ontzettende leek, per ongeluk in het summun van online poker ben beland. m.a.w. Ja, het is daar erg leuk. té leuk misschien... hmmmm.
BeantwoordenVerwijderen