Ze noemde mijn naam

Ik kan van alles worden want ik ben nog niets.
Ik herinner me het moment van dit besef helder en ingekleurd, de herinnering is me bij gebleven als gebeurde er daar en toen iets dat al eeuwen in de boeken vast lag. ‘Oorsprong onbekend dus richting nader te bepalen’ zou de titel zijn. Iedere dag bepaal ik iets nader en ik vind het doodvermoeiend. Wanneer er niets is, is er ook niets om vanuit te gaan.

Ik loop over een paadje in het park. Mijn boekentas hangt zwaar aan mijn schouder en naast me loopt Maria. Maria is mijn moeder. Ik worstel met de boeken en kijk haar af en toe vernietigend aan omdat ik niet begrijp waarom ik hier naast haar loop met mijn zware boekentas en niet naast haar zit in de auto op weg van school naar bijles. Ze stapte uit de auto voor ik in kon stappen, wandelde naar het park en ik kon weinig anders dan haar volgen. Met iedere stap die ik zette groeit het gevoel van een steen in mijn maag. Mijn moeder is een vrouw van weinig woorden want ze kent er simpelweg niet zo veel, giechelt als een klein meisje om de platvloerse grappen van mijn vader en leert mij dat alles helemaal goed gaat komen zolang je maar niets wilt zijn en niets wilt willen. In de auto stappen. Kind ophalen. Vragen hoe het op school was. In haar antwoord nadenken over het eten van vanavond. Kind wegbrengen. Het wekelijkse bezoek aan mijn zuster. Kind weer ophalen en naar huis om eten te koken. Man aanhoren. Man plezieren. Slapen en weer opstaan.

Maria is volgzaam en hier perfect gelukkig mee. Deze plotselinge afslag naar het park ligt geenszins op die route en dus is er iets vreemds aan hand. Ze gaat op een bankje zitten en gebaart mij hetzelfde te doen.

Ik kijk naar de zijkant van haar gezicht. Zij kijkt recht voor haar uit, de struiken in.
‘Hoe was het op school.’ Ze stelt de vraag om in haar hoofd de volgende te kunnen formuleren. Ik geef haar weinig tijd. ‘Goed,’ zeg ik.

‘ Er is iets gebeurd. Ze heeft gebeld. Gisteren.’
Er zijn duizenden vrouwen die allen bij hun voornaam genoemd zouden zijn in deze zinsconstructie, er is er maar één die we niet hoeven te noemen omdat ze in onze hoofden altijd aanwezig is. Mijn blik vliegt naar de struik alsof ik haar daar zou kunnen vinden. De steen smelt door de plotselinge opwarming, mijn hart maakt een sprongetje, komt in mijn keel terecht en het zweet breekt me uit.
‘Wat zei ze?’, vraag ik en mijn stem klinkt me onbekend in de oren als ware ze niet van mij.

‘Niets. Ze vroeg of jij er was.’
‘Hoe noemde ze me?’, vraag ik.
‘Bij je naam.’

1 reacties:

  1. Het is weer intens genieten.
    Van je zieleroerselen, en dat midden in de bouwvaktijd ;-)
    Blijf delen.

    Gia

    BeantwoordenVerwijderen

 
woord en beeld behoren caroline marike. ongevraagde verspreiding wordt niet op prijs gesteld. Mogelijk gemaakt door Blogger.

Email bij nieuwe post?

Twitter Updates

Meet The Author