doorheen het glas

Ik bleef 40 dagen in zijn huis. Het waren weekenddagen, en daartussenin was ik bij mij zelf. Wanneer ik niet bij mijzelf was, maar bij hem, keek ik naar hem in zijn leven. Hoorde ik zijn verlangens, zijn wensen. Voelde ik zijn willen. En de prangende vraag hem daarin te zien, tegemoet te komen. Ik bleef kijken en ik voelde dat er geen ruimte was. Dus probeerde ik zo min mogelijk plek te vragen. Het leek me het enige logische.


Soms, in kleine momenten zo tussen alles in, voelde ik iets opengaan. Soms, als al het andere even stilhield, voelde ik een kort moment waarin hij mij toestond. Dan sloot ik mijn ogen en stapte ik binnen. Maar al gauw bewoog alles weer en duwden zijn niet-goed en zijn niet-genoeg mij weer buiten de deur. Een deur van glas waardoorheen mijn stem niet reikte, en ik weer kon kijken naar de majestueuze manier waarop hij zijn leven inrichtte. Met zichzelf als onophoudelijk middelpunt.

Soms pakte hij mijn hand, keek mij aan en vertelde me hoe blij hij was met mijn komst. Soms zaten we zo even en voelde ik de warmte van zijn hand. Soms aanschouwde ik verwonderd hoe zijn ogen zich vulden met tranen. Zag ik zijn geroerd zijn en dacht ik dat ik het was die hem raakte. Dan, ’s nachts, voelde ik dat hij mij zocht. Maar na een tijdje tegemoetkomen bleek hij uiteindelijk toch vooral zichzelf te zoeken.

Ik denk dat hij het prettig vond bekeken te worden. Hij had een goeie aan mij, ik ben een kijker. Hij leefde voor zichzelf maar had zichzelf niet de tijd gegund dat te zien. Als de dood voor zijn eigen oordel had hij had het nodig dat iemand anders hem in zijn eenzaamheid zag. In zijn leven was ik eigenlijk niet nodig. Dus vertrok ik. Ik zag het, maar had niet langer zin hem dit te vertellen. Ik gunde hem mijn oordeel niet, het zou enkel zijn eigen bevestigen en Ik was al te lang gebleven.

Als er vanavond een toverfee aan mijn bed verschijnt, dan wens ik dat ik van binnen rust voel. Een rust die reikt tot in mijn gelaat, die mijn mondhoeken doet krullen en de frons in mijn voorhoofd plat strijkt. Ik denk dat wanneer ik van binnen rust zou voelen, ik minder zou kijken naar hem. Dan zou ik misschien niet gezien hebben dat hij mij buitensloot en was ik door de glazen deur gestapt, zonder schrammen of wonden en heel gemakkelijk, tot ons beider verrassing. In dit gemak en blind voor hem, zou hij misschien ook zijn ogen gesloten hebben en was er ruimte ontstaan. Ruimte voorbij het oordeel.

Spiegels zijn er in vele verschijningsvormen. Ze hebben eigenlijk geen vorm nodig, zolang het oppervlak maar glad is. Ogen zijn dat. Glad. Wanneer je wilt dat ze dat zijn is een blik glanzend en glad en kun je jezelf erin zien. Wanneer je klaar bent jezelf in de ander te spiegelen, zijn ogen niet langer vlak meer, maar herbergen ze achter de glans de matte diepte van een ziel. Je kunt de vorm blijven bekritiseren. Zou je geluk vinden wanneer de omlijsting perfect was? Zou je er dan alle kanten mee op kunnen? Het oppervlak kan te veel in beweging zijn waardoor je jezelf vertekent ziet. En daar kun je weer flink overstuur van raken. Zo maak je geen enkele kans op oneindigheid.

Wanneer je kijkt om gezien te worden, zul je haar nooit bereiken.

2 reacties:

  1. dag caroline, ik heb na je stukjes op de nieuwe site gelezen te hebben echt getwijfeld bij welk ik het zou wagen een oftopic reactie te plaatsen.
    uiteindelijk heb ik dus maar gekozen voor het eerste.

    ''wil je alsjeblieft even nakijken dat je rss feed geactiveerd wordt zodat ik ook hier geen postje van je hoef te missen..?

    groet gewebkijk

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dag gewebkijk. Wat leuk een berichtje van jou nu ook hier te ontvangen. Op mijn nieuwe webstek die absoluut idd nog niet naar behoren werkt. *gaat op zoek naar de RSS-functie*

    BeantwoordenVerwijderen

 
woord en beeld behoren caroline marike. ongevraagde verspreiding wordt niet op prijs gesteld. Mogelijk gemaakt door Blogger.

Email bij nieuwe post?

Twitter Updates

Meet The Author